In het middengebied is er een aantal open elementen. Er zijn daar vanaf het begin van de inrichting 'stuifketels' geweest - zo noemden we dat. Een stuifketel is een groot gebied, een aantal ares, waar de klei- of de veenlaag van het zand was afgeschoven om het gebied diversiteit te geven. Het idee was dat het zand los ging stuiven, verstuiven, vandaar de naam stuifketels. Het lag diep in de bodem, je kunt het vergelijken met het Hulshorsterzand. Alleen het was veel te kleinschalig, in opgaand bos, dat werkte natuurlijk nooit. Je kreeg wel heel veel meer variatie, op die manier. Kijk dat zand, daar komen andere kruiden en vegetatie op. Voor een hele hoop insecten, bijvoorbeeld zandbijtjes, is dat heel interessant. Dus de diversiteit werd wel veel beter, ook qua planten, hele zeldzame planten. Moeraswolfsklauw kwam daar omhoog. Die plant heeft drie z-jes in de Heukels [Heukels' Flora van Nederland, een naslagwerk over de flora in Nederland, red.], van "zeer, zeer zeldzaam". Ja, als je dat dan in zo’n jonge maagdelijke polder vindt, dan is het:
"Wauw, dat dat mogelijk is!"